onze oorsprong
Geschiedenis van de cranberry's
De geschiedenis van de cranberry begint honderden jaren geleden.
De Native Americans (oorspronkelijke bewoners van Amerika) maakten pemmikan uit hertenvlees en fijngestampte cranberry's. Deze 'survivalcake' kon een lange tijd worden bewaard. Ze geloofden ook in de geneeskrachtige werking van cranberry's. Medicijnmannen gebruikten de cranberry in kompressen om gif uit pijlwonden te trekken. Het rijke rode sap van de cranberry werd verder als natuurlijk verfmiddel gebruikt voor tapijten, dekens en kleding. Voor de Delaware-indianen in New Jersey was de cranberry zelfs een vredessymbool.

Cranberry's zijn een van de drie inheemse vruchten van Noord-Amerika (de andere twee zijn bosbessen en Concord-druiven). Ze hebben in het verleden al veel verschillende namen gehad. De Oostelijke Indianen noemden ze 'sassamanesh', terwijl de Cape Cod Pequots en de South Jersey Leni-Lenape-stammen ze 'ibimi' noemden of bittere bes. De Algonquins uit Wisconsin noemden de vrucht 'atoqua'.
Maar pas toen de Duitse en Nederlandse kolonisten de term 'crane berry' (kraanbes) bedachten, door de vorm van de bloesem aan de struik, kwamen we uit bij wat we nu kennen als de cranberry.

Volgens oude volksverhalen serveerden de Amerikaanse Pilgrims cranberry's bij de eerste Thanksgiving in Plymouth, samen met wilde kalkoen en succotash (gerecht van gekookte maïs en limabonen). In de tijd van de klipperschepen en lange tochten op zee gebruikten de Amerikaanse zeemannen ze om zichzelf te beschermen tegen scheurbuik. Tijdens de Tweede Wereldoorlog verbruikten de Amerikaanse troepen per jaar ongeveer 500.000 kilo gedroogde cranberry's.